Er zijn maar weinig kruiden waar zoveel mystiek omheen hangt als saffraan. Een paar dieprode draadjes. Een uitgesproken geur. Een warme goudgele kleur. En een prijskaartje dat soms hoger ligt dan dat van zilver. Niet voor niets wordt saffraan al eeuwenlang het rode goud genoemd. Maar wat maakt saffraan nu eigenlijk zo bijzonder? Waarom is het zo duur? En waarom zijn er tegenwoordig zoveel wetenschappers geïnteresseerd in deze kleine rode draadjes?
Dat verhaal begint bij een kleine paarse bloem. Saffraan wordt gewonnen uit de Crocus sativus, een krokus die maar een korte periode per jaar bloeit. In iedere bloem zitten slechts drie rode stampers. Precies die stampers vormen uiteindelijk de saffraan die we gebruiken. Niet drie gram. Niet drie handjes. Gewoon drie draadjes per bloem. En ieder draadje moet met de hand worden geplukt.
Voor ongeveer 1 kilo gedroogde saffraan zijn grofweg 150.000 bloemen nodig. Afhankelijk van de oogst, grootte van de stampers en kwaliteit kan dat aantal zelfs nog hoger liggen. Dat betekent dat voor één kilo saffraan een enorm veld met krokussen nodig is.
Voor slechts 1 gram saffraan zijn al snel meer dan honderd bloemen nodig. Daar komt nog bij dat de bloemen maar kort bloeien. De oogst moet dus op precies het juiste moment plaatsvinden. Vervolgens worden de rode stampers met de hand verwijderd, gesorteerd en zorgvuldig gedroogd. Dat verklaart meteen waarom echte saffraan zo kostbaar is. Je betaalt niet alleen voor een specerij, maar voor enorm veel plantenmateriaal, tijd en vakmanschap.